In het verleden verschenen er van Jaap al eens korte verhalen over zijn wereld Kadhal in Pure Fantasy. Denk maar aan de drie zusjes die menig avontuur beleefden. Of aan het verhaal `De ram en de wijsgeer`; vingeroefeningen, zo bleek, van deze auteur om zijn wereld Kadhal te schetsen. Bij Books of Fantasy is verschenen: `Kadhal, de dood van een magiër` van Jaap Boekestein
In het verleden verschenen er van Jaap al eens korte verhalen over zijn wereld Kadhal in Pure Fantasy. Denk maar aan de drie zusjes die menig avontuur beleefden. Of aan het verhaal `De ram en de wijsgeer`; vingeroefeningen, zo bleek, van deze auteur om zijn wereld Kadhal te schetsen.
Meer over dit boek en de auteur:Op het eerste gezicht lijkt Jaap Boekestein zo weggestapt te zijn uit één van zijn eigen verhalen. ‘Mijn grote gestalte heeft mij een keer een baantje als uitsmijter opgeleverd, en mijn voorvaderen waar roofridders, maar dat is lang geleden. Tegenwoordig word ik betaald om leuke dingen met computers te doen,’ lacht hij. Jaaps eerste publicatie stamt uit 1989 en sindsdien zijn er honderden verhalen twee romans en een aantal bundels van hem verschenen. ‘Ik vind bijna ieder genre leuk om te schrijven: sciencefiction, fantasy, horror, thrillers... Zolang er maar spanning in zit. Een verhaal is een avontuur, moet verrassen en verrukken en heeft het liefst ook nog eens interessante personages. Dat probeer ik in ieder geval in mijn schrijven te stoppen. Mijn fantasy is een mengeling van schelmenromans met een vleugje horror en decadentie. Grote voobeelden zijn Jack Vance, Fritz Leiber, Tanith Lee, Clark Ashton Smith en Robert van Gulik.’ In De Dood van de Magiër spelen drie halfzusjes de hoofdrol. Als danseressen moeten ze zien te overleven in een enorme stad vol magiërs, schurken, geheimen en avonturiers. Het zijn sterke, onafhankelijke jonge vrouwen die zich niet op hun kop laten zitten en gevaren met slimheid en moed proberen af te wenden. ‘Als ik ze in levende lijve tegenkom, heb ik geen schijn van kans,’ geeft Jaap toe. ‘Ze zouden mij moeiteloos om hun vinger winden.’